ga naar nieuw artikel: RABO-medewerkers oplichters?

 

 

05  Jan  2010

Officier van justitie Velleman over aangifte tegen Westerink en Simpos

Onderaan de pagina staan scans van de originelen.

Geachte heer

U hebt mij een brief, gedateerd 21 januari 1999, geschreven inhoudende een aangifte en klacht tegen Harry Westerink en de organisatie Simpos wegens laster, belediging en aanzetten tot haat tegen mensen wegens hun ras. in betreffende brief concretiseert u de passages die strafbare uitlatingen zouden bevatten in een tiental punten.

Om de duidelijkheid van mijn standpunt te vergroten volg ik in mijn antwoord de door u aangegeven punten.

Ad l. Er zou gesuggereerd worden dat u blanken als superras beschouwt en u zou beschuldigd worden van racisme en van het hebben van Nazi-sympathieën.

In de tekst staat dat u vroeger actief was in de Mazdaznan-beweging en dat u al op vroege leeftijd interesse toonde in de Mazdaznan-leer en voorzitter en woordvoerder werd van de stichting Ordo Mazda. In kan in betreffende tekst de door u beweerde suggestie en beschuldiging niet lezen.

Ad 2. Ten onrechte zou worden beweerd dat u tegen rasvermenging bent. Daarbij wordt het voorbeeld van een witte en een zwarte partner aangehaald.

Het enkele feit dat iemand uiting geeft aan zijn mening dat hij of zij tegen rasvermenging is, omdat dat zwakke kinderen zou opleveren, levert geen strafbaar feit op. Het geeft slechts inzicht in het vermogen van betreffende persoon om op een wetenschappelijk verantwoorde wijze tegen betreffend vraagstuk aan te kijken. Indien Harry Westerink over u zegt dat u die mening heeft, dan is dat, los van de vraag of de bewering over u juist of onjuist is, slechts in die zin kwetsend dat het wat zegt over uw vermogen om tot een wetenschappelijk verantwoord oordeel te komen. Die kwetsing is geen belediging of laster in de zin van de strafwet.

Ad 3. Ik begrijp dit punt aldus dat Harry Westerink er maar wat op los verzint en u daarmee ten onrechte zou belasteren. Uit uw eigen toelichting begrijp ik dat Westerink een door u geschreven passage citeert. Daar heeft Westerink naar ik aanneem zijn reden(en) voor, edoch dat hij daarmee iets verzint blijkt niet.

Ad 4. De bewering dat u een rechtstreeks verband legt tussen het uiterlijk en het innerlijk van de mens, is in potentie beledigend van aard. immers, kort samengevat komt het erop neer dat hij beweert dat u een racist bent.

Zoals u zelf echter al schrijft klopt de bewering inhoudelijk niet en is deze onzinnig. Derhalve meen ik dat de substantie van de bewering dermate zwak is dat hierdoor uw eer of goede naam niet kan zijn aangerand noch dat u hierdoor kunt zijn beledigd.

Ad 5. Westerink schrijft: "De bepaald niet goedkope olien zijn ..."

U voelt zich door deze passage in een kwaad daglicht gesteld. Afgezien van de vraag of dat inderdaad zo is, een strafbaar feit is niet aanwijsbaar.

Ad 6. U zou zich baseren op de psychologie van Jung en u daarmee in een verdachte hoek plaatsen.

Los van de vraag of het eerste gedeelte van de bewering inhoudelijk juist is, de bewering levert in elk geval geen strafbaar feit op. Voor het tweede gedeelte geldt hetzelfde. De bewering is op zichzelf onvoldoende specifiek om strafbaar te zijn. Ook de bijgeleverde 'bewijsvoering' maakt dat niet anders. Juist omdat die bijgeleverde toelichting zo zwak is, blijft er van de eventuele lasterlijke of beledigende kracht van de gestelde 'verdachte hoek' niets over.

Ad 7. Westerink zou beweren dat u verkrachting als een zaak van de vrouw beschouwt.

Westerink schrijft: "De verkrachting lijkt zo enkel een zaak van de vrouw te zijn." Het is ongetwijfeld zo dat Westerink met deze woorden kritiek op u wil laten doorklinken. Ik zie echter geen enkel strafrechtelijk aspect in deze kritiek. Het leveren van kritiek op iemand ten aanzien van een wellicht gevoelig liggend punt, is, zeker in deze sobere bewoordingen, geen aanzetten tot haat.

Ad 8. Westerink legt een verband tussen de rassentheorieën van de Theosofen en het gegeven dat u in die kringen hebt verkeerd. Daarmee zouden de verdachtmakingen en beschuldigingen worden versterkt.

Ik ontwaar echter in hetgeen over u beweerd wordt, volstrekt onvoldoende pejoratief gehalte, om te kunnen denken aan een strafbaar feit. U zou een aantal jaren in theosofische kringen hebben verkeerd. Dat zou dan lasterend zijn. Er wordt echter tevens gezegd dat u het aan de stok kreeg met theosofische kopstukken. Dat zou dan weer voor u pleiten, naar ik begrijp.

Ad 9 Westerink zou proberen aan te tonen dat u anti-demokratisch zou zijn.

Indien men de betreffende passages leest, komt men de zin tegen: 'Zo'n systeem is volgens de IJswolf niet echt democratisch." Betreffende zin kan (in samenhang met de overige zinnen) slechts op een manier geinterpreteerd worden- de auteur tracht uit te drukken dat de IJswolf streeft naar een echt democratisch systeem.

Ad 10. Westerink bestempelt u tot iemand die extreem-rechtse opvattingen combineert met een milieuvriendelijk imago. Hij maant zijn lezer alert te zijn op deze vorm van eco-fascisme.

U stelt dat Westerink u bestempelt tot een kwaadaardige extreem-rechtse goeroe. Ik meen dat het woord 'kwaadaardig' zo gelezen dient te worden dat het terugslaat op de extreem-rechtse opvattingen, zodat het niet cumulatief daarmee moet worden geïnterpreteerd.

Op voorhand zou ik willen opmerken dat de bewering over uw opvattingen niet het karakter heeft van smaad. Immers daarvoor is in strafrechtelijke zin vereist dat het telastegelegde terug te voeren is op een (beweerdelijke) concrete historische gebeurtenis. Daarvan is geen sprake.

In beginsel is een uitlating over een ander inhoudende dat die ander extreem-rechtse opvattingen heeft, beledigend omdat het gezien wordt als een aantasting van de eer en de goede naam. Indien die ander er echter inderdaad extreem-rechtse opvattingen op nahoudt, is moeilijk in te zien dat deze persoon objectief gezien door deze uitlating beledigd zou kunnen zijn.

Van degene die de uitlating doet, zal men ook moeilijk kunnen aannemen dat deze het opzet heeft om te beledigen. Immers de boodschapper kan menen dat de ontvanger er niet door beledigd kan zijn en dus kan de boodschapper met deze uitlating in gemoede niet hebben willen beledigen noch hebben geweten te beledigen.

Hetzelfde geldt ten aanzien van de persoon die zodanige uitlatingen doet dat bij anderen licht de indruk kan postvatten dat hij er extreem-rechtse opvattingen op na houdt. Zo iemand heeft er dan zelf de hand in gehad dat anderen denken dat hij er extreem-rechtse opvattingen op na houdt. Ik denk dat ik er niets teveel mee zeg, als ik uw wereldbeeld en opvattingen bestempel als excentriek en op het bizarre af.

Uw gedachtengoed over Germanen en de Germaanse cultuur, gecombineerd met het denken in tijdperken en verwoestende oorlogen, en het schrijven over rassen, Hitler, de tweede wereldoorlog en Joden, doen bij anderen zonder enige moeite associatieve gedachten opkomen aan groepen personen in verleden en heden van extreem-rechtse signatuur.

Ik denk dan ook dat Westerink met zijn uitlatingen niet het opzet heeft gehad om u te beledigen maar slechts om u aan de kaak te stellen. Ik treed niet in de vraag of hij dit doet op terechte grenden. Ik concludeer slechts dat zijn opzet om te beledigen niet kan komen vast te staan.

De term eco-fascisme is zo onbepaald van inhoud dat zij, ondanks de ongetwijfeld negatieve connotatie, niet beledigend is.

Met het bovenstaande heb ik ten uitdrukking gebracht dat ik in geen van de door u aangegeven tien punten een strafbaar handelen constateer.

Misschien is het zo dat mijn standpunt op onderdelen voor discussie vatbaar is. In dat geval geldt naar mijn mening het volgende.

Hoe meer men aktief, met gebruikmaking van de geldende vrijheid van meningsuiting, levensbeschouwelijke standpunten ventileert, des te meer moet men op tegenspraak rekenen. Daarbij geldt dat hoe extremer het standpunt, des te heviger de te verwachten reaktie daarop.

Ik heb hierboven al aangegeven dat uw standpunten moeiteloos het predicaat extreem verdienen. Dat de reakties op uw uitingen derhalve hevig zijn, ligt in de lijn der verwachting. Ik denk dat, mede gezien de gematigdheid van de reaktie, voor wat betreft de opportuniteit van een vervolging derhalve het adagium kan gelden: 'Wie kaatst kan de bal verwachten'.

Ik deel u mede dat ik op grond van het voorgaande niet zal overgaan tot vervolging van H. Westerink en/of de organisatie Simpos.

U kunt over het niet-vervolgen schriftelijk beklag doen bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Hoogachtend,

De officier van Justitie,

P.Velleman

weerwoord/velleman_westerink_1.jpg weerwoord/velleman_westerink_2.jpg weerwoord/velleman_westerink_3.jpg weerwoord/velleman_westerink_4.jpg

Ik doe niet mee met anti-sociale media

Ik doe niet mee met facebook, twitter en dergelijke rotzooi vanwege de voortdurende privacy-schendingen en het anti-sociale gedrag van dit soort anti-sociale media. Anti-sociale media bevorderen autistisch en narcistisch gedrag.

Commentaar-formulier

Als u wilt reageren op deze pagina, vul dan de volgende velden in.

Naam:

Vul uw internet-naam in. Deze naam kan worden gepubliceerd.

Email:

Indien u persoonlijk antwoord wilt, vul dan uw email-adres in. Dit adres wordt niet gepubliceerd of verkocht aan databases.

Commentaar of vraag:

Resterend aantal tekens: 5000

Text

Antispam:

Wie is de president van de USA?

Contrast
normaal
Lettergrootte
1   2   3   4   5  
reclame/nula_1000.gif
reclame/superleren.gif