ga naar nieuw artikel: RABO-medewerkers oplichters?

 

 

01  Jan  2003

Totaalplan verkeer en vervoer

Uit: Nieuwe politiek van Andreas 2003

Samenvatting:

In dit plan ga ik uit van vier doelen:

  1. Het Openbaar Vervoer moet comfortabeler, sneller, betrouwbaarder en goedkoper worden.
  2. Het autoverkeer moet veiliger worden.
  3. De belasting van het milieu door de auto dient verminderd te worden.
  4. De drukte op de weg moet verminderen.

Dit plan realiseert alle vier de doelstellingen met minimale kosten.

Over de afgelopen jaren kunnen we het volgende stellen:

  1. Er wordt veel en steeds meer met de auto gereden.
  2. Dit geeft een zware belasting van het milieu.
  3. Dit verspilt fosiele brandstoffen.
  4. De auto is comfortabel, snel en betrouwbaar.
  5. Het Openbaar Vervoer is te druk, te traag, te duur en minder betrouwbaar

Dit vraagt om maatregelen.

Verbieden van de auto helpt niet. Autootje pesten helpt ook niet. Het is zinloos te proberen mensen in het Openbaar Vervoer te dwingen of autogebruik te verbieden. Het is beter mensen te verleiden tot het gebruik van Openbaar Vervoer.

Doel 1:

Het Openbaar Vervoer moet comfortabeler, sneller, betrouwbaarder en goedkoper worden.

Autoverkeer is onveiliger dan Openbaar Vervoer:

  1. Gezien het enorme aantal kilometers die met de auto verreden worden, is het autoverkeer redelijk veilig.
  2. Het aantal doden en gewonden door auto's is veel groter dan het aantal doden en gewonden door het openbaar vervoer.
  3. Verbetering van het openbaar vervoer leidt dus automatisch tot minder verkeersongevallen.

Dit is niet voldoende. Het autoverkeer dient veiliger te worden.

Doel 2:

Het autoverkeer moet veiliger worden.

Autoverkeer moet zuiniger:

In de stad kan het Openbaar Vervoer concurreren met de auto, in buitengebieden niet. De auto is en blijft de komende jaren een onderdeel van ons leven.

Doel 3:

De belasting van het milieu door de auto dient verminderd te worden.

Drukte op de weg verminderen:

Drukte op de weg is NIET het aantal auto's, maar het aantal auto's gedeeld door het beschikbare wegdek. Wanneer men meer wegdek aanlegt bij een gelijkblijvend aantal autokilometers, vermindert de drukte.

Tegenstanders menen, dat er meer gereden wordt naarmate er meer wegdek komt. Dit is onzinnig. Mensen bevinden zich vooral thuis, op hun werkplek of in een recreatieoord. Als het verkeer beter door rijdt, zal men wellicht iets meer gaan rijden. Maar de grote groei is verleden tijd. Als een behoefte vervuld is, verdwijnt de groei vanzelf.

Er wordt meer met de auto gereden naarmate het Openbaar Vervoer slechter is. En er wordt minder gereden met de auto naarmate het Openbaar Vervoer beter is. Door het Openbaar Vervoer te verbeteren en goedkoper te maken dan de auto, vermindert de behoefte aan autorijden. Door meer asfalt aan te leggen, vermindert de drukte (= auto's / wegdek).

Ter illustratie van de absurde drukte op de weg:

In 2001 moest ik dagelijks met de auto van Daarlerveen (bij Almelo) naar Arnhem. Openbaar vervoer kostte teveel tijd. Als ik na 06.15 uur vertrok, liep ik nog voor 07.00 uur vertraging op bij Deventer. Vertrekken na 06.30 uur betekende vastlopen in files. Om 6.30 uur was de A1 al zo vol, dat er voortdurend sprake was van gevaarlijke situaties en bijna botsingen.

Als ik de terugreis na 16.00 uur begon, kwam ik meestal op de A1 vast te staan. Bij mooi weer in lente, zomer en herfst liep de A1 vrijwel altijd op vrijdagmiddag vol, met name door dagjesmensen en auto's met caravans.

Ik heb weinig ervaring met rijden in de randstad. Ik heb begrepen, dat het daar nog veel erger is.

Wanneer mensen in file rijden, gebruiken ze veel meer brandstof door optrekken en remmen. Files zijn dus een zeer grote belasting voor het milieu.

Een groot deel van de tijd is er te weinig asfalt voor het aantal auto's. Dit leidt tot:

  1. heel veel ergernis,
  2. verlies aan tijd en geld,
  3. gevaarlijke situaties
  4. en soms tot zeer ernstige ongelukken.

Doel 4:

De drukte op de weg dient verminderd te worden.

Oplossingen:

Doel 1:

Het Openbaar Vervoer moet comfortabeler, sneller, betrouwbaarder en goedkoper worden.

Iedereen een Openbaar Vervoer-jaarkaart:

  1. Over n jaren krijgt iedere legale inwoner een Openbaar Vervoer-jaarkaart.
    • 1a. n jaren is: Zo snel mogelijk, maar niet eerder dan de capaciteit toestaat.
  2. Reiskostenvergoeding woonwerkverkeer valt dan onder loon en wordt als loon belast.
  3. Toeristen kunnen een Openbaar Vervoer-kaart kopen voor de duur van hun verblijf.
  4. Er komen twee klassen openbaarvervoer:
    • Openbaar Vervoer-basis: Eenvoudig openbaar vervoer zonder extra's.
      Openbaar Vervoer-basis is gratis voor houders van een Openbaar Vervoer-kaart tot 30.000 kilometer per jaar.
    • Openbaar Vervoer-plus: Luxer openbaar vervoer met extra's.
      Openbaar Vervoer-plus vraagt bijbetaling afhankelijk van de aanbieder en de geleverde diensten. Hierbij kunt u denken aan:
      • Aansluiting voor email en WWW.
      • Ingebouwde terminal of net-p.c.
      • Coupé voor mensen die privacy willen of die willen vergaderen.
      • Mogelijkheid tot reserveren van diensten.
      • Koffie en andere diensten.

Kilometer registratie:

  1. De Openbaar Vervoer-kaart is voorzien van chip.
  2. Wanneer iemand gebruik maakt van het Openbaar Vervoer worden beginpunt en eindpunt geregistreerd.
  3. Beginpunt en eindpunt worden NIET bewaard om privacy te beschermen.
  4. Aantal kilometers en Openbaar Vervoer-dienst worden WEL bewaard.
  5. Openbaar Vervoer-aanbieders krijgen per reiziger-kilometer een vergoeding, die afhankelijk is van de lijn:
    • Drukke lijnen / drukke tijden minder vergoeding.
    • Rustige lijnen / rustige tijden meer vergoeding.

Misbruik Openbaar Vervoer-kaart:

  1. Een Openbaar Vervoer-kaart is gebonden aan een maximaal aantal kilometers.
    • Dit maximum dient zo groot te zijn, dat bij redelijk gebruik geen overschrijding plaats vindt.
    • Te denken valt aan 30.000 km per jaar.
    • Mensen die meer rijden, dienen bij te betalen.

Spoorwegen en buswegen:

  1. De capaciteit van de spoorwegen is niet snel op te voeren.
  2. Naast spoorwegen komen er buswegen.
    • Deze buswegen maken gebruik van het bestaande wegennet.
    • Als alternatief voor intercity-treinen komen er A-bussen.
    • Als alternatief voor stoptreinen komen er N-bussen.

A-bussen:

  1. Over de A-wegen rijden A-bussen.
    • Deze stoppen alleen bij kruisingen van A-wegen. (In het klaverblad komt een busstation.)
    • De A1 rijdt heen en weer over de A1.
    • De A2 rijdt heen en weer over de A2.

N-bussen rijden over N-wegen:

  1. Voorbeeld van een N-bus:
    • De N-320 bus rijdt over de N-320.
    • Begin en eindpunt van de N-320 is klaverblad A2/A27.
    • N-bussen stoppen waar nodig:
      • bij speciale parkeerplaatsen of carpoolplaatsen.
      • bij NS-stations.
      • bij bedrijventerreinen.

Voorrang voor bussen:

  1. A-bussen en N-bussen hebben altijd voorrang.
  2. Tijdens files rijden deze bussen gewoon door over de vluchtstrook of over een speciale busbaan.
    N-wegen zijn autowegen in de spits:
    • Van 07.00 uur tot 09.30 uur
    • en van 16.00 uur tot 18.00 uur
    zijn N-wegen NIET toegankelijk voor langzaam rijdend verkeer zoals landbouw voertuigen

Busstations in klaverbladen:

  1. A-bussen ontmoeten elkaar in klaverbladen.
    • In ieder klaverblad komt een busstation.
    • Deze busstations zijn begin- en eindpunt van N-bussen.
    • In ieder klaverblad komt parkeergelegenheid.

Synchronisatie van bussen:

  1. A-bussen wachten op elkaar.
    • Op hetzelfde moment vertrekken van een klaverblad vier A-bussen in vier verschillende richtingen.
    • N-bussen vertrekken enkele minuten na de A-bussen.

Klaverblad N.V.

  1. Er komt een N.V. die de busstations op de klaverbladen beheert.
    • Deze busstations krijgen winkelruimte en horeca-ruimte zoals op NS-stations.
    • Bij voorkeur zijn de busstations overdekt.
    • Er is veel parkeerplaats, zodat mensen met hun auto naar het dichtstbijzijnde klaverblad kunnen rijden.

Busdienst BV of N.V.

  1. De overheid huurt buslijnen van diverse bedrijven.
    • In principe kan iedereen een busdienst beginnen.
    • De overheid maakt gebruik van de beste aanbieders.
    • Selectie vindt plaats op basis van betrouwbaarheid en prijs.

Prijsafspraken:

  1. Op een bepaalde lijn en op een bepaald tijdstip krijgt een bedrijf een vooraf overeengekomen vergoeding voor geleverde diensten.
    • Deze vergoeding kan varieren.
    • Voor nachtdiensten en weekenddiensten kan meer worden betaald.
    • In onveilige gebieden kan een toeslag worden betaald.

Volgens punt 4a is Openbaar Vervoer-Basis gratis voor OV-kaart houders tot 30.000 km. per jaar. Volgens punt 4b dient men bij te betalen voor Openbaar Vervoer-plus. Afspraken over extra diensten worden gemaakt tussen de afnemer (de reiziger of diens werkgever) en de aanbieder van de dienst.

Busdienst Plus:

  1. Naast de standaard buslijnen is er ruimte voor buslijnen met extra voorzieningen.
    • Deze buslijnen krijgen per passagier/kilometer dezelfde vergoeding als de gewone busdienst.
    • Passagiers of hun werkgevers betalen de extra voorzieningen zelf.
    • Extra voorzieningen kunnen zijn: gegarandeerde zitplaats, coupé, internet-aansluiting, stoppen bij de werkplek, etcetera.

Treinen blijven nodig:

  1. Het treinverkeer is niet gemakkelijk uit te breiden, busdiensten wel.
    • Het bestaande railnet dient optimaal benut te worden.
    • Treinverkeer is vooral interessant voor lange afstanden.
    • Hoge snelheidslijnen en verbindingen tussen Europese hoofdsteden dienen voorrang te krijgen.

Verkeer binnen de stad:

  1. Autoverkeer in de stad dient beperkt te worden.
    • Vrachtverkeer dient (zoveel mogelijk) elektrisch aangedreven te worden.
    • Persoonlijk vervoer dient elektrisch of door spierkracht aangedreven te worden. Te denken valt aan een overdekte ligfiets met elektrische hulpmotor.
  2. Openbaar Vervoer in de stad moet fijnmazig en zeer efficiënt worden.
    • Taxi’s moeten goedkoper worden, desnoods door subsidie.
    • Rond de steden dienen parkeergarages te komen.
    • Stadbewoners en –bezoekers laten hun auto in de parkeergarage en gaan verder met taxi of Openbaar Vervoer. Dit werkt alleen als het Openbaar Vervoer echt snel is en ook ‘s nachts en zondagochtend actief is.

Verkeer in buitengebieden:

  1. Mensen hebben een auto en parkeren op eigen erf. Met de auto gaan ze naar een klaverblad of naar een N-bus halte.
  2. Bij N-bus haltes komen taxi-voorzieningen.
    • In de bus geeft men de uitstaphalte op.
    • Hierbij kan men aangeven of men een taxi wil. Indien men een taxi wil, wordt dit automatisch doorgegeven aan het taxibedrijf.
    • Via GPS kan het taxibedrijf volgen waar de bus zich bevindt.
    • Bezoekers nemen een taxi naar hun eindbestemming.

Doel 2:

Het autoverkeer moet veiliger worden

Dit kan eenvoudig gerealiseerd worden met ICT.

Automatische snelheidsbegrenzing:

  1. Aan het begin van iedere weg / zone en om de 250 meter komt een baken (chip / streepjescode) in de weg.
  2. Dit baken geeft aan motorvoertuigen informatie over de maximum snelheid.
  3. Nieuwe auto’s krijgen een automatische snelheidsbegrenzer, die reageert op dit baken.
  4. In 2010 dienen alle auto’s te zijn uitgerust met zo’n snelheidsbegrenzer

Automatische afstandhouder:

  1. Nieuwe auto’s krijgen een sensor, die automatisch de afstand tot obstakels regelt.
  2. Hoe hoger de snelheid, hoe groter de minimale afstand.
  3. Bumperkleven wordt onmogelijk.
  4. In 2010 dienen alle auto’s te zijn uitgerust met zo’n automatische afstandhouder.

Doel 3:

De belasting van het milieu door de auto dient verminderd te worden:

Dit kan vrij eenvoudig gerealiseerd worden door:

  1. Het aantal autokilometers te verminderen.
    • Dit kan met beter openbaar vervoer.
  2. Auto’s zuiniger te laten rijden.
    • Dit kan door éénpersoons auto's te maken. In de spits zit er slechts één persoon in driekwart van de auto's.
  3. Als een snelweg een baanvak erbij krijgt, wordt deze aangelegd op 65% van de breedte:
    • Dit spaart geld en ruimte uit.
    • Het bevordert de aanschaf van smalle éénpersoons en tweepersoons auto’s.
    • Spaart energie.
    • Helpt het Kyoto-accoord na te leven.

Lichte wegen bovenop de bestaande snelwegen:

  1. Indien nodig kan bovenop de bestaande snelwegen een ultra-licht wegdek aangelegd worden.
    • Deze wegen zijn alleen toegankelijk voor lichte, smalle auto's.
    • Dit stimuleert de aanschaf van lichte, smalle auto's.

De twee-persoons wagen van Volkswagen:

plaatjes//eenpersoonsauto.jpg
  1. Volkswagen presenteerde een nieuwe auto slechts 1,25 meter breed.
    • Rijdt 100 km op 1 liter diesel.
    • Ruimte voor twee personen (bijvoorbeeld ouder met één kind).
    • Het woon-werk verkeer bestaat vooral uit auto's met één persoon.
    • Waar blijven de één-persoons auto's?

Doel 4:

Drukte op de weg verminderen

Drukte = Auto's / Wegdek:

Deze eenvoudige formule laat zien hoe de drukte op de wegen is te verminderen. Namelijk door het aantal auto's dat tegelijk gebruik maakt van de weg te verminderen en/of door de hoeveelheid wegdek te vergroten.

  1. Als meer mensen gebruik maken van het Openbaar Vervoer, dan vermindert het aantal auto's die deelnemen aan het verkeer.
  2. Meer wegdek vermindert de drukte ook.

Met bovenstaande maatregelen is dit doel al te bereiken:

  1. Iedereen een Openbaar Vervoer-jaarkaart en efficiënt en op maat gesneden Openbaar Vervoer. Daarmee neemt het gebruik van Openbaar Vervoer toe en het gebruik van de auto af.
  2. Er wordt meer asfalt aangelegd tegen minimale kosten.
    • 2a. Nieuwe wegen komen er vooral voor lichte en smalle auto's.
    • 2b. Dit wegdek kost minder in aanleg.
    • 2c. Er is veel minder onderhoud nodig.

Zeven-daagse werkweek:

Naast voornoemde maatregelen dienen we te kijken naar de zeven-daagse werkweek. Stel dat er twee standaard werkweken zijn:

  1. één van 24 uur (drie dagen)
  2. één van 32 uur (vier dagen)

Twee mensen vervullen samen een zeven-daagse werkweek:

  1. Ze delen dezelfde werkplek.
  2. Kantoren en machines worden beter benut.
  3. De spits wordt beter verdeeld over de week.
  4. Er wordt beter rekening gehouden met de religie van de mensen:
    • Moslims krijgen vrijdag vrij.
    • Joden krijgen zaterdag vrij.
    • Christenen krijgen zondag vrij.

Als de kantoren en machines beter benut worden, dalen de kosten voor de werkgever. Als dit voordeel teruggegeven wordt aan de werknemer, krijgt deze een hoger uurloon. Men gaat minder werken, maar het loon gaat niet al te veel achteruit.

 

Met Licht en Liefde, Andreas Firewolf

 

Ik ben beschikbaar voor brainstorm-sessies, lezingen en seminars. Klik hier voor meer informatie

 

 

Ik doe niet mee met anti-sociale media

 

Ik doe niet mee met facebook, twitter en dergelijke vanwege de voortdurende privacy-schendingen en het anti-sociale gedrag van dit soort anti-sociale media. Anti-sociale media bevorderen autistisch en narcistisch gedrag.

 

 

 

Commentaar-formulier

Als u wilt reageren op deze pagina, vul dan de volgende velden in.

Naam:

Vul uw internet-naam in. Deze naam kan worden gepubliceerd.

Email:

Indien u persoonlijk antwoord wilt, vul dan uw email-adres in. Dit adres wordt niet gepubliceerd of verkocht aan databases.

Commentaar of vraag:

T

Resterend aantal tekens: 5000

Antispam:

In welk jaar werd de euro ingevoerd? (Tweeduizend en twee)

Contrast
normaal
Lettergrootte
1   2   3   4   5  
reclame/nula_1000.gif
reclame/RasataHoog.gif